Zoeken

Zoek op de website
Zoeken
de-boomgaard

De boomgaard

In de meeste boomgaarden groeien appels en peren. De appel- en perenboomgaarden zijn echte blikvangers in het landschap. Je ziet ze veel in de Betuwe en in Zuid-Limburg. Vooral in mei, als de meeste appelbomen in volle bloei staan is dat een mooi gezicht. Een boomgaard is tussen de vijf en vijftien hectare groot, dat zijn ongeveer tien tot dertig voetbalvelden naast elkaar. Vaak zie je in en om de boomgaard hoge hagen staan. Deze bomen beschermen de bloemen, bladeren en vruchten van de fruitbomen tegen te harde wind. De fruitbomen staan keurig netjes naast elkaar in lange rijen. Tussen de bomenrijen liggen paden van gras. Hierover rijdt de fruitteler met de trekker de boomgaard in om zijn werk te doen. Er bestaan speciale smalle trekkers die goed tussen de bomenrijen door kunnen. In veel boomgaarden lopen slangen van boom naar boom. Die voeren water met meststoffen aan. Elke boom krijgt zo precies wat hij nodig heeft.

Rooien
De appelbomen worden om de vijftien jaar vervangen. Dat gaat niet ineens. Elk jaar wordt zes procent gerooid. Er komen jonge boompjes voor in de plaats die na twee jaar al gaan produceren. Perenbomen worden minder snel vervangen. Die laat men wel dertig of veertig jaar staan.

Een appelboompje bestaat uit een grote tak in het midden die naar boven wijst. Dat is de harttak. De andere takken groeien opzij. De fruitteler buigt deze takken met touwtjes of gewichtjes naar beneden. Dan kan er veel zonlicht tussen de takken komen. Dat is goed voor de groei van de appels.

Snoeien
Van januari tot mei snoeit de fruitteler zijn bomen. Hiervoor heeft hij een persluchtinstallatie. De samengeperste lucht versterkt de druk van de hand op de snoeischaar. Na het snoeien wordt de strook grond onder de bomen vrij van onkruid gemaakt. De graspaden tussen de rijen bomen worden gemaaid. Ook wordt de boomgaard bemest en beregend.

Dunnen
In de zomer worden de appels gedund. Uit elke boom worden wat appels weggenomen zodat de andere appels kunnen uitgroeien tot grote appels.

Schadelijke insecten
Schimmels en schadelijke insecten kunnen een boom ziek maken. Daarom wordt in elke boom een takje gelegd met insecten (roofmijten en wantsen) die de schadelijke beestjes als spint en luizen opeten. De fruitteler zet tevens oorwormen in bij het beschermen van de oogst. Ook worden feromoonvallen gebruikt om schadelijke beestjes te vangen. Feromoon is een stof waarvan de geur mannelijke insecten lokt. De teler gebruikt zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen. Hij let goed op de insecten in zijn boomgaard. Pas als ze echt schade dreigen aan te richten, gebruikt hij een chemisch gewasbeschermingsmiddel. De middelen die worden gebruikt, zijn over het algemeen niet schadelijk voor de mens en minder belastend voor het milieu dan vroeger. Er kwamen nieuwe middelen die met een minimum aan werkzame stof hetzelfde effect hebben. Moderne spuitapparatuur blaast het middel tussen de bladeren, zodat de spuitnevel niet verwaait naar plaatsen waar hij niet hoort. Akkerbouwers werken op het scherpst van de snede om zo weinig mogelijk van deze middelen te gebruiken. Tegenwoordig wordt nog maar half zoveel gespoten als vroeger.

Sommige fruittelers laten valken in hun boomgaard nestelen. Deze vogels houden het aantal muizen binnen de perken. Muizen kunnen de wortels van de bomen kapotmaken.

Nieuwe rassen
Ook bij de ontwikkeling van nieuwe rassen wordt rekening gehouden met het milieu. De veredelaars ontwikkelen rassen die resistent zijn tegen ziekteverwekkers. De teler hoeft tegen deze ziekteverwekkers dan ook geen maatregelen te nemen. Behalve naar ziekteresistentie kijken veredelaars voor de ontwikkeling van een nieuw ras ook naar onder andere de smaak en het aantal kilo's dat kan worden geoogst. Er zijn een aantal fruittelers die geen chemische gewasbeschermingsmiddelen en geen kunstmest gebruiken. Zij bedrijven de zogenoemde ecologische teelt. Ook de telers die biologisch-dynamisch werken, gebruiken zulke stoffen niet. Zij houden bovendien rekening met kosmische invloeden op hun bomen.